Richard doet Emerce; Valley Crunch

Het is heet in San Francisco. De week van de Techcrunch40 beurs is voorbij en ik heb veel nieuwe contacten opgedaan en wat oude bekenden gezien. De venture capitalists zijn allemaal op verkenning en de internetondernemers zoeken naar geld om hun plannen te kunnen ontwikkelen. Samen met mijn collega Dana Oshiro heb ik nog enkel tijd voor de party’s, die twee blocks van ons kantoor worden gehouden. Lange dagen, veel bubbles.

Techcrunch

Dis is en blijft een mannenwereld. Op de openingsparty lopen al gauw driehonderd mannen rond en hooguit tien vrouwen. Mijn vrouwelijke collega is dus een uitstekend middel om in gesprek te raken met interessante mensen. Staand in de rij spreken we al met een vc en binnen zien we nog veel meer vc’s. We bespreken de zaken met internet ondernemers uit Amerika, maar ook uit Nederland en Turkije. Onder de aanwezigen zien we Boris en Patrick van Fleck in vlekkeloos witte pakken. Tijdens de gesprekken besef ik dat de aanwezige internetondernemers eigenlijk helemaal geen ondernemers zijn, maar “feature-ontwikkelaars”. Ze zijn niet bezig met het runnen van een bedrijf of het aanboren van een markt. De mannen zijn meestal nerds en bekijken met  internet van een masculiene kant. Ze willen leuke gadgets bouwen en met de nieuwste technieken werken. Zo ontstaan acht van de tien ideeën.

Mijn verbazing hierover valt in goede aarde bij de investeerder. Het blijkt dat er weinig ondernemingen zijn waarin ze hun geld en tijd willen investeren. Veel liever zouden ze deze feature-fabrieken samenvoegen tot één bedrijf en daarin investeren. Gelijk hebben ze, je wilt een totaalproduct. Waarom zou je investeren in een bedrijf dat slechts foto’s omzet in avatars, of slideshows maakt van foto’s, zoals Facebook?

Een mannenwereld dus, met mannelijke oplossingen. Zou het anders zijn als vrouwen internetondernemers waren?

Komen zij wél met marktgerichte concepten, of blijven ook zij steken in de feature-fabriek? Mijn gesprekspartners, de investeerders, meten het potentieel van bedrijven naar kwantiteit en niet naar kwaliteit. Wat is dan belangrijker voor al de nieuwe online gemeenschappen? Heel veel online members waarvan er veel niet echt actief zijn? Of minder leden, maar dan wel erg actief en “besteedbereid”? Dogster werd als voorbeeld gesteld van een site met een beperkter groeipotentieel dan Facebook. Misschien is dat juist als het zou gaan om de kwantiteit, maar het lijkt mij dat de kwaliteit van de Dogster-doelgroep veel hoger is dan die van Facebook.

De week na de beurs gaat snel. Tussen de bedrijven door ontmoet ik ook nog één van onze vc’s en een business angel die toevallig beide een week in San Francisco doorbrengen. Het huidige individualisme zou niet meer ethisch verantwoord zijn, zo vinden zij. Onze angel dronk zijn dure koffie onlangs in een café dat was ingericht met cuibicles. In een van de hokjes werkte hij draadloos op zijn laptop. Alleen “zo haal je toch het hele sociale netwerk weg”, stelde hij. Integendeel, lijkt mij. Mijn sociale netwerk bevindt zich inmiddels al grotendeels online. Na het overlijden van mijn oma twee weken geleden, schreef ik haar bij op Respectance.com. Alleen op mijn kamer in San Francisco heb ik toen familiebanden opgefrist. De familie kwam online bij elkaar om samen enkele herinneringen op te halen en een digitaal eerbetoon te maken voor oma. Ik was ver weg van thuis, maar, dankzij mijn eigen niche, ook weer geruststellend.

Dit artikel is 10 november 2007 gepubliceerd op http://www.emerce.nl

team

Je bent altijd welkom op het Prinseneiland. Bel ons en maak tijd voor een eerste ontmoeting. 020-6933131 of mai richard@iizt.com


Laat een reactie achter

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.